Stichting Vrienden van Dever

Word ook Vriend van Dever

 Ridderhofstad Dever

Dever is een woontoren, gebouwd omstreeks 1370 als een versterkt woonhuis of liever nog: een Ridderhofstad, waar de eerste bewoner, ridder Reinier d’Ever veilig kon wonen. Reinier is niet de eerste d’Ever in Lisse, zijn vader en grootvader woonden er waarschijnlijk al, maar we weten niet precies hoe en waar. Dat Reinier er in 1370 woonde is zeker, want in dat jaar is schriftelijk vastgelegd dat hij ‘sine woninghe tot Lisse’ ter bescherming overdroeg aan Heer Jan van Bloys en op vrijersvoeten ging.

Ridderhofsteden waren in de Middeleeuwen vrijgesteld van belasting, maar dan moest er wel een ridder wonen. De hofstad diende een versterkt huis te zijn, grachten en een ophaalbrug te hebben en er hoorde een boerderij te zijn.

 

.

Detail van een handgetekend “Caertgen” uit 1580, met Dever.

 Op een van de oudste afbeeldingen van Dever – het ‘Caertgen’ uit 1580 zien we dat Dever en het voorterrein van het huis omringd is door water en dat een brug toegang verleent tot het voorterrein. Tegen de woontoren is een kleiner huis gebouwd en op de voorhof staan stallen en dienstgebouwen. Via een loopbrug wandel je naar de voordeur van ’t Huys.

 

Reinier

We leren Reinier d’Ever (1345-1417) in de geschiedenis kennen als een trouwe vazal van Hertog Albrecht van Beyeren. Het zijn de jaren van de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Reinier is al op jonge leeftijd Hoogheemraad van Rijnland. Dankzij de leenacte uit 1370 weten we dat de ridder in Lisse een huis had met 5 morgen* land.

* Een morgen is 0,8516 ha, een gebied dat in één ochtend kon worden geploegd.

 

Reinier trad dat jaar in het huwelijk met Vrouwe Janne van Leyenberch uit Voorschoten. Of hij vaak thuis was is niet te zeggen. De ridder had verplichtingen in Alkmaar, Schiedam, Boskoop en het Franse Le Quesnoy en was bovendien zeer geregeld op oorlogspad. Ondanks alle avonturen – een jaar gevangenschap in het Duitse Aken bijvoorbeeld - bereikte hij de hoge leeftijd van 85 jaar.

 

Van vader op zoon

Na Reinier d’Ever gaat de Ridderhofstede over van vader op zoon, op dochter, broer, zus, neef, nicht. Het blijft tot 1949 ‘in de familie’. Met Reinier hebben de latere bewoners in elk geval ook gemeen dat ze niet zo vaak thuis zijn. Ze brengen hun tijd meestal door in Utrecht, zoals Jan van Matenesse (1489) en zijn zoon Claes van Matenesse. De Spaanse veldheer Lumey logeert er nog een nachtje op doortocht tijdens het beleg van Haarlem en Leiden (1572/1574) en na de ‘troubelen’ woont Johan van Matenesse – de eerste die zich Heer van Dever en Lisse mag noemen - er een tijdje met zijn moeder. Johan ergert zich groen en geel aan de vertegenwoordigers van de nieuwe (protestantse) orde en als tenslotte de Lisser Poel (eigendom van de kerk in Leiden) achter zijn huis wordt drooggelegd met alle onrust van dien, is de maat vol en wijkt Jonker Johan (in 1622) uit naar zijn geboortestad Utrecht.

 

Het voorhuis

Johan van Schagen bouwt tussen 1631 en 1634 een royaal voorhuis voor de woontoren. In diezelfde periode wordt de gracht vergroot en de poortwachterswoning gebouwd. Maar enkele tientallen jaren later beginnen al weer perioden van verhuur en leegstand. De eigenaren verblijven meestal elders.

 De laatste eigenaar van Dever die er ook woonde was Willem de Wael van Vronesteyn. Hij woonde er met zijn vrouw Agatha Bijl van 1674 tot 1699. Na 1699 hebben er geen Heren van Lisse en Dever meer in ’t Huys gewoond. De rooms-katholieke eigenaren voelden zich in het protestantse westen niet meer zo thuis. Frederik Jacob Heereman van Zuydtwijck (1663-1745) verhuisde naar Roermond, na de zoveelste ruzie met de Lissese kerkenraad. Zijn zoons vestigden zich in Duitsland. Sinds 1786 woont de familie in kasteel Surenberg bij het Westfaalse Riesenbeck.                                                            

                                                                                                                 Ets ‘Dever met voorhuis en tussenhuis’

 

Verval

Nu de eigenaren geen direct belang meer hadden bij de staat van onderhoud van ’t Huys Dever, trad het verval snel in. In 1848 stortte een deel van de noordgevel van het voorhuis in. Daarna ging het snel: in 1862 stortten het dak en de gewelven van het middeleeuwse Dever in. Romantisch kunstenaars als Roghman, Lutgers en Leembruggen ontfermden zich met potlood en penseel over de ruïnes.

 Dever in vervalDat de gemeente Lisse in 1949 eigenaar werd van de ruïne is indirect het gevolg van de verhuizing van de familie naar Duitsland. Na de Tweede Wereldoorlog werd Dever als vijandelijk Duits bezit geconfisqueerd. Het Beheersinstituut verkocht de landerijen aan de pachters en droeg de ruïne over aan de gemeente Lisse. De ‘ontvijandingsprocedure’ die de laatste particuliere eigenaar Max Freiherr Heereman van Zuydtwijck aanspande, vond geen gehoor bij de Raad voor het Rechtsherstel in Den Haag.

 

Dever in verval

Stichting Dever

Hoewel in 1890, 1906 en 1913 werd gesproken over herstel, leidde deansicht ruïne Dever tot 1963 een halfvergeten en kommervol bestaan. In dat jaar werd op initiatief van de Lissese historicus A.M. Hulkenberg (1915– 2003) de Stichting Dever opgericht, de huidige Stichting Vrienden van ‘t Huys Dever. De stichting zet zich in voor restauratie van Dever

      

                                                           

                                                                                              Ansicht van het Deverlaantje, links de ruïne Dever.

   Luchtfoto van de holle kies. De dikte van de muren is goed te zien.

 

Wat zou het mooi zijn als die holle kies in het bollenlandschap weer een echte Ridderhofstede zou zijn, waarin je kunt lopen en je in de Middeleeuwen kunt wanen. Hulkenberg en zijn medebestuursleden zagen hun inspanningen tien jaar later bekroond met de start van de restauratie (door architect Pieter van der Sterre). Bijzonder is dat het restauratiewerk op ambachtelijke wijze is uitgevoerd, op dezelfde manier als waarop de donjon in de tweede helft van de 14e eeuw is gebouwd. Dit is bijvoorbeeld goed te zien in de constructie van de dak- en vloerspanten (gat-penverbinding).

 

Vrienden

Dankzij de jaarlijkse bijdragen van de Vrienden van Dever kon de stichting direct na de restauratie beginnen met de aankleding van ’t Huys, met de pilaren aan het begin van het Deverlaantje bijvoorbeeld, een windvaan en handgesmede haardstellen voor de schouwen. Waardevolle zaken waar het restauratiebudget niet in voorzag. Wat latergracht kon ook archeologisch onderzoek worden gefinancierd ten tijde van het uitgraven van de grachten rond Dever.

 

 Direct na de voltooiing van de restauratie van de woontoren in 1978 is de Stichting Vrienden van ’t Huys Dever begonnen met het herstel van het beeld op dat oudste tekeningetje van de Ridderhofstad. Dankzij de donateurs en de nodige sponsors werden de fundamenten van het oude voorhuis opgemetseld (1989) en het voorterrein gereconstrueerd (1999). In 2000 werd de Devergracht opnieuw uitgegraven. De schat aan archeologische vondsten die hierbij werd ontsloten, is nog altijd te zien in de vitrines op zolder. In 2003 volgden de ophaalbrug over de slotgracht en in 2008 de loopbrug van het voorterrein naar de ingang van de woontoren.

 vondsten

Vondsten

 

Word vriend van Dever

De ervaringen uit het verleden hebben aangetoond dat Dever heel veel vrienden nodig heeft om te blijven zoals het is. Het jaarlijks onderhoud kost handenvol geld. De Vriendenstichting barst ook van de plannen en ideeën om ’t Huys Dever nog mooier en authentieker te maken. Plannen die je alleen met hulp van je vrienden kunt realiseren.

Word donateur van de Stichting Vrienden van ’t Huys Dever voor een jaarlijkse bijdrage van € 15,00 of meer. Als Vriend van Dever wordt u elk jaar uitgenodigd voor de jaarlijkse Vriendenmiddag. De donateurs ontvangen bovendien elk jaar het Dever Bulletin, met een jaarverslag en een scala van artikelen betreffende Dever en de wijde omgeving.

 

Stichting Vrienden van ’t Huys Dever

Heereweg 349a – 2161 CA Lisse.

T (0252) 411430. I www.kasteeldever.nl

IBAN NL42 RABO 0117 2723 96

U kunt zich als Vriend van Dever per e-mail aanmelden: edolivier@hetnet.nl 

 

Wapens van Dever

 

Reinier d’Ever

Periode 1346-1417

Heer Reinier d’Ever was pas 14 jaar toen zijn vader omkwam in een veldtocht bij het Noord-Hollandse Warns. In diens voetsporen was Reinier een trouwe vazal van Hertog Albrecht van Beyeren, grootvader van de legendarische Jacoba. De Heerlijkheid Lisse werd in die jaren vanuit Teylingen bestuurd door Reiniers oom Gerrit van Heemstede.

 

Van Haeften van Rhenoy

Periode 1417 – 1507

Na de dood van Reinier werd zijn kleinzoon Gijsbert van Haeften beleend met ‘de woninge met vyf morgen lants binnen den hiemwerf’. Met Gijsbert liep het niet goed af; hij was gebeten door een dolle hond en werd ook door deze ziekte aangetast. Zo’n bezetene werd als regel met stokken en knuppels doodgeslagen, maar als hoger geborene kreeg Gijsbert een voorkeursbehandeling: ‘Hij stierf jonck, gebeten van een dolle hont en worde tussen twee bedden versmoort’.

 

Van Matenesse

Periode 1507 – 1628

Jan van Matenesse – kleinzoon van Clara van Haeften – overleed op 33-jarige leeftijd in 1522. Zijn weduwe vertrok naar Utrecht. Dever bleef tot 1564 in handen van de familie van Matenesse.

 

Schagen van Gamon

Periode 1628 – 1639

Met Johan van Schagen – zoon van Maria van Matenesse – beleeft Dever een nieuwe, zij het

korte glorietijd. Het geslacht stamt af van Willem van Beyeren, bastaardzoon van hertog Albrecht van Beyeren. De bastaardzoon werd (in 1427) beleend met de heerlijkheid Schagen, waarna de familie zich ook zo gingen noemen. Jonker Johan trouwde in 1607 met Wilhelmina van Gamons en bouwde het grote voorhuis voor Dever in de periode 1631-1634.

 

Scherpenseel van Rumpt

Periode 1710 – 1716

Erasmus Bernardus Nicolaas van Scherpenseel – onfortuinlijke neef van Willem de Wael – liet zich na de dood van zijn oom belenen met Dever en de ambachtsheerlijkheid Lisse. De laatste jaren van zijn jonge leven – hij was nog geen veertig jaar oud toen hij overleed – woonde hij bij zijn zuster in Utrecht.

 

Heereman van Zuydtwijck

Periode 1717 – 1949

Frederik Jacob Heereman van Zuydtwijck trouwde op 29 juli 1702 met Elisabeth Catharina van Scherpenseel van Rumpt, nadat zijn eerste vrouw – Agatha Maria van der Goes - in het kraambed was gestorven. Nog tijdens het leven van zijn zwager Erasmus nam hij een deel van diens schulden over, maar ook het erfdeel waartoe Dever behoorde. Frederik Jacob overleed op 30 maart 1745 op 81-jarige leeftijd in zijn woonplaats Roermond. Tot de onteigening in 1949 is ’t Huys Dever in handen van de (inmiddels Duitse) familie Heereman van Zuydtwijck gebleven.

 

Van Wael van Vronenstein

Periode 1674 – 1699

Willem de Wael van Vronesteyn betwistte het eigendom van Dever na de dood van zijn moeder met zijn broer Gerard en trok daarbij aan het langste eind. Hij verkocht de verderaf gelegen landerijen, o.a. die in Lisserbroek, en kocht stukken grond die aan Dever grensden. Jonkheer Willem stierf op 50-jarige leeftijd.