Zolder

De constructie van de kap is een getrouwe kopie van die uit de 16e eeuw. Allerlei aanwijzingen werden in de verweerde bovenkant van de muur tussen het puin en het gras gevonden: de plaats en de dikte van de kapspanten, de afstanden tussen de rondhouten daksporen en gelukkig ook de hoogte van de nok. Van de vrijwel verdwenen rechte topgevel stonden namelijk nog twee stukjes, waaruit de helling van het dak en dus de hoogte van de nok kon worden uitgezet. Ook het type metselsteen van beide topgevels was daardoor bekend: een kleinere en jongere dan die van de overige muren (16e of 17e eeuw). Dit klopt ook, want deze kapconstructie is zeker niet dezelfde als die uit de tijd van Reinier Dever. Hoe het dak oorspronkelijk is geweest, is onbekend omdat de muur later ongeveer een halve meter is verlaagd, waardoor alle sporen van de middeleeuwse kap zijn verdwenen. Deze verlaging van de muur is nog zichtbaar aan de afgehakte zijkanten van de schoorsteenvoet.



De met de hand (!) geschaafde balken zijn met pen en gat verbindingen en ´houten toognagels´ in elkaar bevestigd, maar de onderkanten van de steun- of schoorbalkjes (zoals het hoort) met handgesmede ijzeren, zogenaamde taaie nagels. De rechtopstaande ´koningsstijl´ vormt de spil van de halfronde kapconstructie en draagt buiten op zijn top de met bladgoud beklede windvaan, die het wapen van Dever toont. In de vitrines is een aantal deels gerestaureerde gebruiksvoorwerpen tentoongesteld, die bij het grondonderzoek door de Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling Rijnstreek, tevoorschijn zijn gekomen.