Benedenzaal (Ridderzaal)

Tegen de achterwand bevindt zich de grote, zeer eenvoudige schouw. Hiervan was alleen een klein stuk van de kap nog aanwezig (rechtsboven), waaruit de helling ervan kon worden afgeleid. Zowel de plaats als de dikte van de steunbalken werd achter het pleisterwerk gevonden; eveneens waren de voeten van de kolommen en de vorm van de gebogen achterzijde nog aanwezig onder het zand, waarop nu weer plavuizen liggen. De gietijzeren haardplaat is 150-200 jaar oud en van elders afkomstig. De ronde muur aan de voorzijde heeft twee raamnissen met kleine luiken, waarin nu ruitjes van antiek glas zijn aangebracht. Bij de bouw van het voorhuis werd de linkernis volgestort met puin en dichtgemetseld. De zitbank (´vensterbank´) werd weggebroken om ruimte te maken voor een gang naar het voorhuis, die dwars door de muur werd uitgebrokenn. Om de raamnis en de zitbank te kunnen herstellen heeft men deze gang wel gehandhaafd, maar vernauwd. Achter in deze doorgang, tegen de nu uiteraard weer dichtgemetselde buitenzijde, is rechtsboven nog de zwartgeverfde ijzeren ´duim´ zichtbaar, waarop een van de scharnieren van de deur draaide. De rechter raamnis kon niet in de oorspronkelijke toestand worden hersteld, omdat hier een wenteltrap door de muur werd uitgehakt, die toegang gaf tot de bovenverdieping van het voorhuis.

De drie andere ramen zijn veel groter; zij werden oorspronkelijk gestoten met zware luiken, waarvan nog resten van de ´duimen´ zijn teruggevonden.
Pas veel later zijn de kozijnen en ramen en de kleine luiken aangebracht.
De nu aanwezige glas-in-lood ruiten zijn een reconstructie van waarschijnlijk de 17eeeuwse toestand, zoals die afgebeeld was op een schilderij van Leembruggen van 1848. Op de vloer in de raamnis aan de zuidzijde liggen nog de oorspronkelijke plavuizen, die zeer oud en versleten zijn. De overige (ook oude) plavuizen zijn van elders afkomstig, want ook die waren door vlijtige burgers weggehaald, hoewel enkele in de kelder zijn teruggevonden.

Boven de deur naar de kelder zijn een paar stukken balk en een plank ingemetseld, die aangeven dat hier een soort bordesje was uitgebouwd, vanwaar men (waarschijnlijk met een laddertje) de bovenverdieping kon bereiken. De muurtrap naar boven eindigde aanvankelijk op die hoogte en pas later is deze trap verder tot aan de bovenvloer in de muur uitgehakt.
De balklaag van massief eiken moerbalken, gesteund door korbeels en muurstijlen met daaroverheen de kinderbalkjes, is precies in de oude toestand hersteld: alle maten zijn in het metselwerk teruggevonden.