Bovenzaal (Kapelzaal)

Het bovenste deel van de muurtrap heeft geen gemetselde boogjes: dit deel is later in de muur uitgehakt. Schuin boven de schouw van de benedenzaal bevindt zich in de Kapelzaal eveneens een open haard. Deze is echter van een heel ander type, hoewel hij even oud is als de rest van het gebouw. Deze schouw heeft gebeeldhouwde zandstenen kapitalen, kolommen en basementen, versierd met figuren van mensen, planten en dieren. De linkerzijde is vrijwel geheel in de staat gelaten, waarin hij werd gevonden: sterk verweerd door meer dan een eeuw inwerking van zon, wind en regen. De rechterzijde was vrijwel geheel vernield en is in de oorspronkelijke vorm hersteld. Daarbij had de beeldhouwer veel steun aan een haarscherpe foto uit 1906, die in het archief van de Rijksdienst voor Monumentenzorg aanwezig was. Het is een schouw om trots op te zijn, want terwijl er van de kerkelijke beeldhouwkunst uit de late middeleeuwen vrij veel bewaard is gebleven, is er van de "profane" kunst in Nederland maar weinig over.


In de achterwand van de schouw zijn, zoals vroeger vaak werd gedaan, haardsteentjes ingemetseld. Daarvan zijn slechts twee oorspronkelijk van Dever afkomstig; een aantal is van elders verkregen evenals de halfronde sluitsteen, de overige zijn naar model nagebakken door een specialist op dat gebied. Aan de ronde zijde is ook in deze zaal een kleine vensternis met een luik aanwezig. Rechts daarvan zijn twee eikehouten deuren, die een (later in de muur uitgehakte) nis afsluiten. In die nis heeft een "alebasten" altaar gestaan, want deze zaal is enige tijd als kapel (privé-kapel en schuilkerk) gebruikt.

Hoog tegen de muren zitten stukken van zandstenen ribben, de restanten van een gemetseld kruisbogengewelf. De nu weer aanwezige balken zoldering komt zonder twijfel overeen met een oudere constructie, die in de 15e of 16e eeuw is vervangen door het gewelf. Om toen boven op de zolder te kunnen komen, is een stukje trap door de muur naar boven uitgehakt en is een dakkapel met een raam gemaakt. Waarschijnlijk moest men, om daar te komen, eerst een losse ladder beklimmen. Nu is daar de monumentale trap van prachtig eikehout gemaakt, om het de bezoeker niet te moeilijk te maken. In de raamnis aan de noordzijde is een smalle deur, die toegang geeft tot het vroegere "gemak", dat door middel van een stortkoker in de muur een afvoer heeft in de gracht. Deze stortkoker is nu afgedekt met planken en een deksel; vroeger lag er waarschijnlijk alleen een zitbalk boven (vandaar de uitdrukking: "iets over de balk gooien").