Buitenzijde

Aan de zuid- en oostkant is de buitenste laag metselwerk op veel plaatsen vervangen, omdat de stenen door zes eeuwen inwerking van zon en vorst zo zwaar waren verweerd, dat zij verkruimelden. Een deel werd vervangen door oude Deversteen; daartussen zijn speciaal op maat en kleur gebakken nieuwe stenen verwerkt. In de ronde kant zijn sporen van het voorhuis zichtbaar: een (dichtgemetselde) deuropening, gaten voor vloer- en dakbalken, groeven waar muren ´koud´ tegen het oude huis waren gemetseld en schuin boven elkaar twee uithollingen voor wenteltrappen, die gedeeltelijk in de oude muur werden uitgehakt. Aan de noordzijde kon veel in de oorspronkelijke staat worden gelaten.



Boven de ramen aan de noord- en zuidzijde zitten zware, gesmede haken waaraan in tijden van gevaar een houten schot kon worden opgehangen. Eén daarvan was nog aanwezig, de andere zijn naar dat voorbeeld gemaakt. Ook van de vier grote muurankers werd één in de gracht teruggevonden, zodat zij precies in vorm en grootte konden worden gesmeed. Bij het graafwerk werden zowel afgewaaide leien als rode en blauwe pannen gevonden. De dakbedekking is blijkbaar nogal verschillend geweest; nu bestaat deze weer uit leien. In de vlakke achterzijde ziet men een rij balkgaten waar vroeger een aantal duivenhokken tegen de muur heeft gehangen. Hoog tegen de topgevel hangt een valkenkast als nest-gelegenheid voor torenvalken, die jarenlang in de ruïne hebben gebroed.
De spiegels van de luikjes voor de ramen zijn geschilderd in de wapenkleuren van het geslacht Dever: rood, geel ("goud") en blauw, ter herinnering aan de bouwer en eerste bewoner.