Historie

Dever is waarschijnlijk kort na 1375 gebouwd door Reinier Dever of d´Ever,
lid van een zeer oud geslacht van Hollandse edelen. Het gebouw is een zogenaamde woontoren of donjon, een versterkt woonhuis, zoals er vele hebben gestaan in de kuststreek; behalve Dever zijn zij alle verdwenen.
De achterzijde is vlak: die was gericht naar het moeras van de Lisser Poel en behoefde niet zo sterk te zijn, omdat van die zijde geen gevaar dreigde.
De andere muren zijn hoefijzervormig gebogen, bijna 2 meter dik en massief gemetseld. De fundamenten liggen op meer dan 3 meter onder het grondoppervlak en rusten op een zandplaat, waardoor de muren na zes eeuwen nog geen spoor van verzakking vertonen. Vóór 1580 werd een klein huis tegen de ronde voorzijde gezet, dat na 1630 werd uitgebouwd tot een statig herenhuis, groter dan Dever zelf.

Door slechte fundering en verwaarlozing stortte een deel daarvan in 1848 in; daarna werden gaandeweg de muren gesloopt door iedereen, die stenen nodig had. In 62 stortte het dak van de woontoren eveneens in, maar de zware muren weerstonden alle vernielzucht. Toen in 1973 met de restauratie werd begonnen, was alle houtwerk verdwenen, waren raam- en deuropeningen verbrokkeld en groeiden gras en vlierstruiken boven op de muur, waar de eenden nestelden. Ook de voet van de muur, juist boven de waterlijn van de vroegere gracht, was zwaar beschadigd.